Ziekenzalving

“En zij (de discipelen) dreven veel demonen uit en zalfden veel zieken met olie en maakten hen gezond” (Markus 6:13)

We lezen in het evangelie van Markus dat de Heere Jezus de discipelen uitzond en dat zij vele zieken zalfden en genazen. Ziekenzalving behoorde dus bij de opdracht die de volgelingen van Jezus moesten uitvoeren. Zo heeft de Heere het opgedragen. Het moet ons dus eigenlijk niet verbazen dat uit de brief van Jakobus (de broer van de Heere Jezus) blijkt dat ziekenzalving in de vroege kerk nog steeds werd toegepast. Jakobus schrijft dat een zieke de oudsten van de gemeente bij zich kan roepen “opdat zij over hem een gebed uitspreken en hem met olie zalven”. (Jakobus 5:14) Wat eerst de apostelen deden mogen nu de oudsten-ouderlingen van de gemeente doen. Lichamelijke genezing is geen doel dat op zichzelf staat. Jakobus laat dat ook zien. Hij schrijft “en als hij zonden heeft gedaan, zal hem vergeving geschonken worden. Belijdt daarom elkaar uw zonden en bidt voor elkaar opdat u genezing ontvangt” (Jakobus 5:15b-16a). Lichaam, ziel en geest zijn met elkaar verbonden. De mens is één geheel. Daarom is het ook belangrijk dat de zieke zichzelf onderzoekt. Als hij of zij zich bewust is van zonden die wel of niet verband houden met de ziekte, dan moet daarover met de oudsten worden gesproken. Zelfonderzoek is bij de voorbereiding van de ziekenzalving een zuiverend principe en maakt veelal dat de ziekte in de beleving van de zieke in een nieuw licht komt te staan. Wordt de zieke altijd genezen? Nee, niet altijd. We moeten goed voor ogen houden dat dit niet aan de zieke ligt. Jakobus schrijft “en het gelovige gebed zal de lijder gezond maken en Heere zal hem oprichten (Jakobus 5:15a). De genezing staat in verband met het gebed van de oudsten. Zij mogen bidden in geloof, dat wil zeggen in het vertrouwen dat God aan het gebed kracht verleent. Zonder Gods bekrachtiging van het gebed zal de zieke geen baat bij de zalving hebben. Als de oudsten bidden in de verwachting dat God het gebed kracht verleent zál God ook kracht geven. De kracht manifesteert zich niet alleen in genezing. Ook voor het dragen van de ziekte is geduld en kracht nodig. Paulus bad voor zichzelf om genezing (2 Kor.12) en God genas hem niet. In die worsteling spreekt God de woorden tot hem “Mijn genade is voor u genoeg, want Mijn kracht wordt in zwakheid volbracht”. Ook en misschien wel juist in het aanvaarden van de ziekte openbaart Gods kracht, niet alleen in genezing, alhoewel we daar wel om mogen blijven bidden. Het is niet mogelijk om in deze korte meditatie alle (Bijbelse) informatie over ziekenzalving weer te geven. Wel hoop ik dat het een aanleiding zal zijn om over dit onderwerp als gemeente te bezinnen en er met elkaar over te spreken. Tot eer en verheerlijking van Gods grote Naam en tot opbouw van ons persoonlijk geloof!

Peter Riemens